| Het Markiezenhof heeft ze sinds ongeveer 1980 in bezit. Ze moeten heel lang stuk zijn geweest: "Toen ik hier in
2002 kwam werken, deden ze het al niet meer", vertelt museumconservator Jan Peeters. Waarom die klokken
nu alsnog repareren als ze al zoveel jaren stilstonden?
Jan Peeters: "Ze stonden hier alleen maar mooi te zijn en dat is niet genoeg. Als je ziet dat ze lopen en je hoort
ze tikken, breng je meer sfeer, meer leven in de stijlkamers. En het zijn tenslotte klokken, die horen gewoon te
lopen."
Voor de collectie van Het Markiezenhof vertegenwoordigen de historische uurwerken een groot belang, aldus
Peeters. "Ze zijn voor ons heel waardevol als aankleding van de stijlkamers. Ze passen perfect in de periodes
waaraan twee kamers zijn gewijd, de stijl van Louis Seize en Louis Quatorze."
Voor klokkendokter Bernard Meier – een Nederlander die in Antwerpen woont en werkt en daar een grote
reputatie als hersteller van oude uurwerken heeft opgebouwd – is het een tikje minder bijzonder. Hij is tenslotte
iedere dag met dergelijke kostbare klokken in de weer.
Ze werden in Parijs in de 18e eeuw min of meer seriematig gebouwd door ambachtelijke uurwerkmakers.
"Volledig eenmalig zijn deze klokken dus niet: er bestaan er meer van. Aan de andere kant: er zijn er geen twee
helemaal hetzelfde, de bouwers gebruikten telkens weer andere ornamenten. In die zin zijn ze dus wel uniek."
De klokken, constateerde Meier, zijn stuk gegaan door slijtage en gebrek aan onderhoud, maar vooral door
smering met de verkeerde olie. Die olie werkte in op het oude messing van de tandwielen en daar kunnen ze
niet tegen.
Zulke oude, met de hand en met veel vakmanschap gemaakte klokken trotseren de eeuwen, in tegenstelling tot
de moderne. "Maar dan moeten ze wel een baasje hebben die er goed naar omkijkt", zegt Bernard Meier.
Daarom heeft hij conservator Peeters 'benoemd' tot klokkenverzorger. Alleen hij mag ze – heel voorzichtig –
opwinden.
Eens per drie weken. |